Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / Algemeen / Wet Openbaarheid van...

Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB)

Openbaarheid van bestuur is een grondwettelijk uitgangspunt, vastgelegd in artikel 110 van de Grondwet. De Wob geeft uitvoering aan dit artikel.

I : Inleiding

De Wob is de algemene openbaarmakingwet. Dit betekent dat de Wob moet wijken voor bijzondere wetten die een eigen uitputtende openbaarmakingregeling kennen.

Voorbeelden hiervan zijn de Wet op de Raad van State en de Algemene wet bestuursrecht.

 

 

II : Reikwijdte

De Wob gaat uit van een recht op informatie.

Deze informatie kan op twee manieren worden verkregen:

  • informatieverschaffing op verzoek (de zgn. passieve openbaarmaking -> zie III).
  • informatieverschaffing uit eigener beweging (de zgn. actieve openbaarmaking -> zie IV).

 

 

III : Informatie op verzoek

a. Wie kan om informatie verzoeken.
Iedereen kan bij de overheid een verzoek om informatie indienen. Het belang van verzoeker om informatie doet er niet toe. Het maakt dus ook niet uit of een verzoeker bijvoorbeeld commerciële motieven heeft met zijn verzoek.
 

b. Wijze van verzoeken.
De Wob kent geen vormvoorschriften voor het indienen van een verzoek. Een verzoek mag mondeling, bijvoorbeeld telefonisch, schriftelijk of per e-mail worden gedaan.
Zoals onder reikwijdte al vermeld moet in het verzoek om informatie de bestuurlijke aangelegenheid worden vermeld of, indien bij verzoeker bekend, het gevraagde document. 
Er hoeft bij het verzoek niet uitdrukkelijk een beroep op de Wob gedaan te worden.
Indien de gevraagde documenten bij een ander bestuursorgaan (b.v. de provincie) berusten, dan dient het verzoek doorgezonden te worden.
 

c. Beslissing op het verzoek.
Aangezien een verzoek om informatie op grond van de Wob mondeling of schriftelijk gedaan kan worden, is het ook mogelijk de beslissing mondeling of schriftelijk te nemen. 
De informatieverstrekking kan op verschillende manieren geschieden:

  • het geven van een kopie of de letterlijke inhoud ervan voorlezen;
  • kennisneming van de inhoud toestaan;
  • een uittreksel of samenvatting van de inhoud geven;
  • inlichtingen uit de informatie verschaffen.


Bij afwijzing van een verzoek kan een verzoeker een schriftelijke beslissing wensen in verband met het maken van bezwaar (zie ook V).
Bij een afwijzing gelden de gebruikelijke algemene beginselen van bestuur:  
zorgvuldige voorbereiding, afweging van belangen, motivering en vermelding mogelijkheid van bezwaar.
 

d. Het belang van derden.
Bij het verstrekken van informatie kunnen belangen van derden in het geding komen.
Bijvoorbeeld door derden ingediende adviezen/rapporten kunnen worden opgevraagd, of in door de overheid opgestelde adviezen/rapporten kunnen feitelijke gegevens over derden voorkomen.
De belangen van die derden dienen uiteraard bij de beslissing te worden meegewogen. 
Om problemen met derden te voorkomen kan de derde over het verzoek worden ingelicht en kan zijns zienswijze omtrent de openbaarmaking worden gevraagd. 
Bedenkingen van de derde moeten betrokken worden bij de besluitvorming, maar hoeven niet de doorslag te geven. Met andere woorden de derde kan dus niet met zijn bedenkingen de openbaarmaking tegenhouden. 
 

e. Termijn. 
De Wob kent een uiterst korte beslissingstermijn. Er dient zo spoedig mogelijk op een verzoek om informatie beslist te worden, doch uiterlijk binnen vier weken na de dag waarop het verzoek is ontvangen. Deze termijn kan met ten hoogste vier weken worden verlengd.
Indien de gevraagde informatie actuele waarde heeft, kan b.v een journalist verzoeken om een kortere periode dan vier weken.

 

IV : Informatie uit eigen beweging

Artikel 8 van de Wob (het zgn. voorlichtingsartikel) geeft aan welke informatie uit eigen beweging verstrekt dient te worden:

"Informatie over het beleid, de voorbereiding en de uitvoering daaronder begrepen, zodra dat in het belang van een goede en democratische bestuursvoering is."

De gemeentelijke voorlichtingstaak wordt ontleend aan dit artikel.

Exacte criteria voor het verschaffen van informatie uit eigener beweging zijn niet gegeven.

Een aantal uitgangspunten kan worden gedestilleerd uit de Memorie van Toelichting:

  • De informatieverstrekking dient gericht te zijn op een zo goed mogelijke participatie van de burgers in de besluitvorming.

  • De informatieverstrekking is gericht op dienstverlening aan burgers, organisaties en instellingen die in het maatschappelijk verkeer op informatie aangewezen zijn.

  • Voorlichting heeft ook een functie als instrument bij het effectueren van het aanvaarde beleid.

De informatie moet in begrijpelijke taal en tijdig openbaar gemaakt worden op een zodanige wijze dat zoveel mogelijk burgers en instanties worden bereikt.

Niet kan volstaan worden met ter inzage legging in het gemeentehuis. Eerder moet gedacht worden aan actievere vormen als persberichten, folders brochures, huis-aan-huisbladen of de website.

 

V : Uitzonderingsgronden

De Wob heeft als uitgangspunt dat alle documenten die zich bij de overheid bevinden openbaar zijn. Op dit uitgangspunt wordt in de Wob een uitzondering gemaakt voor die documenten die onder één van de uitzonderingsgronden of beperkingen vallen. In het kader van deze notitie voert het te ver om alle in artikel 10 en 11 genoemde uitzonderingsgronden op te sommen. Bovendien zijn niet alle uitzonderingsgronden relevant voor de gemeentelijke praktijk.

 

Onderscheid wordt gemaakt tussen absolute en relatieve uitzonderingsgronden.

Is er sprake van een absolute uitzonderingsgrond (limitatief opgesomd in het eerste lid van artikel 10) dan behoeft de gemeente slechts het bestaan ervan aan te tonen, om een weigering te motiveren.

Bij de overige relatieve uitzonderingsgronden dienen voor een goede motivering de bijzondere belangen van de aanvrager afgewogen te worden tegen het belang dat overheidsinformatie openbaar is.

 

Enkele voor de gemeente van belang zijnde uitzonderingen:

  1. Bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld.

  2. Vrijgeven van informatie schaadt de economische of financiële belangen van de overheid.

  3. Eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

  4. Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de zaak betrokken personen of rechtspersonen.

  5. Als het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het belang dat de geadresseerde heeft om als eerste kennis te nemen van de informatie. 

  6. Over persoonlijke beleidsopvattingen, die zijn opgenomen in stukken voor intern beraad, wordt geen informatie verstrekt.

Het toetsen van een verzoek om openbaarmaking van documenten aan de uitzonderingsgronden is niet altijd even gemakkelijk. Kennis van de totstandkomings-geschiedenis van artikel 10 en 11 en terzake bestaande jurisprudentie is vaak onontbeerlijk. De centrale juristen kunnen hierbij ondersteuning bieden.

 

VI : Verhouding tot andere wetten

a.   Archiefwet  
Als een verzoek om informatie betrekking heeft op historische informatie, dan is niet de Wob maar de Archiefwet van toepassing. 
Zoals eerder vermeld brengt het begrip bestuurlijke aangelegenheid met zich mee dat de gewenste informatie een relatie moet hebben met een actuele bestuursvoering van de gemeente. De vraag is: op welk moment is er geen sprake meer van actuele bestuursvoering. Dit is niet scherp aan te geven.
In het algemeen kan gesteld worden dat in de regel na 20 jaar geen sprake meer is van een actuele bestuurlijke aangelegenheid. De Archiefwet gaat namelijk uit van een overdracht van documenten na een periode van 20 jaar. Dit geldt, zoals gezegd, in de regel zo. Het is afhankelijk van het concrete onderwerp.
 

b. Auteurswet. 
De Wob gaat over de openbaarmaking van op schrift gestelde stukken. Hieronder kunnen ook auteursrechtelijk beschermde werken vallen. Ook een bestuursorgaan kan drager van auteursrecht zijn. Als er sprake is van een auteursrechtelijke bescherming van op verzoek te verstrekken informatie, zal in de regel geen auteursrecht verschuldigd zijn omdat de informatie voor eigen gebruik van de verzoeker wordt gegeven. Het is wel aan te bevelen te ontvanger van de informatie er op te wijzen dat verdere verspreiding auteursrechtelijke gevolgen kan hebben. In geval een auteursgerechtigde geen toestemming geeft voor actieve openbaarmaking kan het bestuursorgaan besluiten het document niet openbaar te maken met een beroep op artikel 10 (voorkomen van onevenredige bevoor- of benadeling). 
 

c. Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)
Het uitgangspunt van de Wbp en de Wob is verschillend.
De Wbp gaat primair uit van het belang van degene die geregistreerd is, hetgeen er toe leidt dat slechts in bepaalde gevallen informatie aan derden mag worden verstrekt. De Wob daarentegen gaat uit van het belang van openbaarmaking voor een ieder dat soms zijn grenzen vindt in de uitzonderingsgrond: eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.
De Wob bevat een uitputtende regeling met betrekking tot de informatieverplichting van bestuursorganen aan een ieder en prevaleert daarom boven de Wpb. De Wbp kent echter wel een uitputtende openbaarmakingregeling voor de eigen gegevens van een betrokkene.
In het kader van deze notitie voert het te ver om hier dieper in te gaan.
 

d. Algemene wet bestuursrecht (Awb)
In de Awb zijn en worden steeds meer algemene regels opgenomen die bestuursorganen in acht moeten nemen in het verkeer met de burgers. In de Wob zijn regels opgenomen die bestuursorganen in het verkeer met burgers in acht moeten nemen als het gaat om openbaarheid van bestuur. Beide wetten bevatten dus algemene regels van bestuursrecht. Diverse bepalingen uit de Awb zijn direct relevant bij toepassing van de Wob. Bij de totstandkoming van een besluit valt b.v. te denken aan zorgvuldige voorbereiding, belangenafweging, motivering en bekendmaking. Ook tegen Wob-besluiten staat bezwaar en beroep open. Gelet op de onderlinge samenhang tussen beide wetten is er voor gekozen om t.z.t. de bepalingen van de Wob ongewijzigd te integreren in de Awb.

 

VII : Jurisprudentie

Over de uitleg van de Wob bestaat een uitgebreide jurisprudentie.

Met name over de weigeringsgronden bestaan vele rechterlijke uitspraken, maar ook over de begrippen document, (actuele) bestuurlijke aangelegenheid en op de openbaarheid van toepassing zijnde algemene beginselen van bestuur zijn al heel wat rechtelijke procedures gevoerd. Het is belangrijk om bij de toepassing van de Wob in de dagelijkse praktijk te onderzoeken of er terzake jurisprudentie bestaat.

 

VIII : Slot

Het werken bij een overheidswerkgever betekent dat veel informatie in beginsel voor openbaarmaking in aanmerking komt. Openbaarheid is van belang in het kader van een goede en democratische bestuursvoering. Sinds 1992 is dit vastgelegd in de Wob.

Overigens is openbaarheid niet iets wat nieuw is sinds 1992.

Thorbecke, de grondlegger van de Gemeentewet in 1851, schreef het al: "Openbaarheid is licht, geheimhouding is duisternis".

Zoeken
Uitgebreid zoeken