APPARTEMENT - Bouwjaar 1981-1991

OVER DIT TYPE WONING

Deze appartementen zijn gebouwd na de invoering van de NEN-norm 1068:1981. Dit waren de eerste landelijke normen voor isolatie. Deze normen waren niet verplicht en minder streng dan nu. In deze periode kwamen er ook isolatiesubsidies. Daardoor zijn veel appartementen al geïsoleerd, maar de kwaliteit verschilt per gebouw. Appartementen uit deze periode zijn vaak klein. Ze delen muren, vloeren of plafonds met buren. Hierdoor is het warmteverlies vaak beperkt. Een appartement op de begane grond, bovenin of aan de buitenkant van het gebouw verliest wel meer warmte dan een appartement midden in het gebouw.
 

MOGELIJKE VERDUURZAMINGSMAATREGELEN

Volledig elektrische verwarmingssystemen geven een lagere temperatuur dan een cv. Daarom is vaak een ander afgiftesysteem nodig, maar niet altijd. Om zonder aardgas te koken is een inductiekookplaat nodig en soms een extra groep in de meterkast of nieuwe pannen. 

Dak

Het dak is meestal al geïsoleerd, maar dit kan per gebouw verschillen. Dakisolatie is vooral relevant bij de bovenste woningen. Dit gebeurt meestal bij onderhoud of renovatie van het gebouw. 

Gevels

De gevels zijn meestal al geïsoleerd. Extra isolatie van de gevel gebeurt meestal bij een renovatie van het gebouw. 

Vloer

De vloer is vaak al geïsoleerd. Vloerisolatie is alleen relevant voor de onderste woningen. Dit gebeurt vaak voor het gehele gebouw tegelijk. 

Glas

De woningen zijn gebouwd met enkel of dubbel glas. Dit kan vaak worden vervangen door HR++-glas, zonder de kozijnen te vervangen. Als de kozijnen toch vervangen moeten worden, kan meteen triple glas worden geplaatst. 

Mechanische ventilatie 

Er is vaak mechanische ventilatie aanwezig. Deze kan worden verbeterd met warmteterugwinning (WTW), meestal centraal. Als er geen mechanische ventilatie is, kan ventilatie met WTW worden geplaatst, centraal of met een aparte decentrale unit per appartement. De beste oplossing hangt af van de huidige situatie in het gebouw.

MOGELIJKE VERWARMINGSTECHNIEKEN

Er zijn verschillende duurzame warmtetechnieken. Wat de beste techniek is, verschilt per woning. Dit hangt bijvoorbeeld af van de isolatie, het energieverbruik en de beschikbare ruimte in en om het huis voor de installatie. Voor deze woningen zijn de volgende technieken mogelijk geschikt:

Scenario 1: Hybride warmtepomp 

Een hybride warmtepomp. Deze is in alle woningen bruikbaar en vraagt weinig aanpassingen aan uw woning. Een mooie eerste stap naar minder aardgasverbruik.

Scenario 2: Elektrische lucht/water warmtepomp

De elektrische lucht/water warmtepomp is de meest voorkomende volledig elektrische warmtetechniek. Hij vraagt meer aanpassingen dan hybride, maar is in bijna alle woningen goed haalbaar.

Scenario 3: Elektrische bodemwarmtepomp - gedeelde bodemlus

Een elektrische bodemwarmtepomp heeft een laag verbruik en is bijzonder duurzaam. Bij appartementen zoals deze kan de bodemlus gedeeld worden, waarmee deze techniek een stuk goedkoper wordt dan voor een enkele woning. 

Scenario 4: Elektrische lucht/lucht warmtepomp (airco) middelgroot

In kleine woningen zoals deze appartementen is de gevraagde hoeveelheid warmte vaak klein. Daarom is het in sommige gevallen mogelijk om de woning met airco’s te verwarmen. Een groot voordeel is dat er geen afgiftesysteem nodig is.

In het volledige rapport vindt u meer informatie, en vindt u een uitgebreid overzicht van de kosten en besparingen voor deze verduurzamingsopties. 

Gehighlighte tekst: Download Rapport