ARBEIDERSWONING HOEKWONING - Bouwjaar 1947-1960
OVER DIT TYPE WONING
Van deze arbeiderswoningen zijn er veel gebouwd tussen 1947 en 1960. Ze zijn ontworpen door de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP). Deze woningen zijn typisch voor de Noordoostpolder. Ook de uniforme manier waarop ze zijn gebouwd hoort daarbij. Voor isolatie waren er nog geen regels. De woningen zijn daarom tijdens de bouw bijna niet geïsoleerd. Hoekwoningen delen maar één muur met de buren en hebben dus meer buitengevel dan tussenwoningen. Hierdoor verliezen ze ook meer warmte. Arbeiderswoningen uit deze bouwperiode hebben vaak ongeveer dezelfde vorm en grootte.
MOGELIJKE VERDUURZAMINGSMAATREGELEN
Volledig elektrische verwarmingssystemen geven een lagere temperatuur dan een cv. Daarom is vaak een ander afgiftesysteem nodig, maar niet altijd. Om zonder aardgas te koken is een inductiekookplaat nodig en soms een extra groep in de meterkast of nieuwe pannen.
Dak
Deze woningen zijn gebouwd met een pannendak zonder isolatie. Dakisolatie is belangrijk omdat veel warmte via het dak verloren gaat. Soms is later al isolatie aangebracht, extra isolatie kan dan toch zinvol zijn. Bijvoorbeeld isolatie aan de binnenkant. Eventueel kan er ook isolatie onder de pannen worden gelegd of ingespoten. Zoldervloerisolatie kan een goedkope oplossing zijn als de zolder niet wordt verwarmd.
Gevels
De gevels zijn gebouwd met een spouwmuur zonder isolatie. Spouwmuurisolatie verdient zich snel terug. Soms is er al spouwmuurisolatie aangebracht. Verbeteren is dan duur en levert weinig extra op. Als er geen spouw is, kan isolatie alleen met een voorzetwand aan de binnenkant of buitenkant van de gevel. Dit is ingrijpend en duurder, en gebeurt soms tijdens een verbouwing.
Vloer
Meestal is er een kruipruimte. De vloer kan dan van onderaf geïsoleerd worden. Dit verdient zich snel terug. Soms is er al vloerisolatie, extra isolatie kan dan toch zinvol zijn. Uitbouwen hebben vaak een geïsoleerde vloer zonder kruipruimte. Er bestaat ook isolatie bovenop de vloer, bijvoorbeeld als isolatie onder de vloer niet kan. Bij een verbouwing zijn een broodjesvloer of schuimbeton goede keuzes.
Glas
De woningen zijn gebouwd met enkel glas. Door dit te vervangen bespaart u veel energie en verbetert het comfort. Bij enkel glas worden vaak ook de kozijnen vervangen. Dan kan meteen triple glas worden geplaatst. Soms is later al dubbel glas of HR-glas geplaatst. Dan kan vaak worden overgestapt naar HR++-glas, zonder de kozijnen te vervangen.
Mechanische ventilatie
Er is oorspronkelijk geen mechanische ventilatie. Soms zijn later ventilatieroosters of centrale ventilatie geplaatst. Decentrale ventilatie-units met warmteterugwinning (WTW) zijn vaak een goede oplossing, maar soms is een centraal ventilatiesysteem beter. Dit kan een installateur bepalen.
MOGELIJKE VERWARMINGSTECHNIEKEN
Er zijn verschillende duurzame warmtetechnieken. Wat de beste techniek is, verschilt per woning. Dit hangt bijvoorbeeld af van de isolatie, het energieverbruik en de beschikbare ruimte in en om het huis voor de installatie. Voor deze woningen zijn de volgende technieken mogelijk geschikt:
Scenario 1: Hybride warmtepomp
Een hybride warmtepomp. Deze is in alle woningen bruikbaar en vraagt weinig aanpassingen aan uw woning. Een mooie eerste stap naar minder aardgasverbruik.
Scenario 2: Elektrische lucht/water warmtepomp
De elektrische lucht/water warmtepomp is de meest voorkomende volledig elektrische warmtetechniek. Hij vraagt meer aanpassingen dan hybride, maar is in bijna alle woningen goed haalbaar.
In het volledige rapport vindt u meer informatie, en vindt u een uitgebreid overzicht van de kosten en besparingen voor deze verduurzamingsopties.
Gehighlighte tekst: Download rapport(externe link)