TUSSENWONING - Bouwjaren 70-80-90

OVER DIT TYPE WONING


Dit paspoort past bij tussenwoningen uit de jaren 70, 80 en 90. In deze periode werden de eerste isolatie normen ingevoerd. Woningen uit de jaren 90 zijn meestal beter geïsoleerd, omdat ze onder het bouwbesluit 1992 vallen. Dit waren de eerste landelijke normen voor isolatie. Deze normen waren niet verplicht en minder streng dan nu. In deze periode kwamen er ook isolatiesubsidies. Daardoor zijn veel woningen al geïsoleerd, maar de kwaliteit verschilt per woning.Tussenwoningen delen twee muren met de buren en hebben weinig buitengevel. Hierdoor verliezen ze minder warmte dan hoekwoningen. Rijtjeswoningen uit deze bouwperiode hebben vaak dezelfde vorm en grootte.

 

MOGELIJKE VERDUURZAMINGSMAATREGELEN

Volledig elektrische verwarmingssystemen geven een lagere temperatuur dan een cv. Daarom is vaak een ander afgiftesysteem nodig, maar niet altijd. Om zonder aardgas te koken is een inductiekookplaat nodig en soms een extra groep in de meterkast of nieuwe pannen. In de voorbeeldwoningen is gekeken welke aanpassingen nog niet aanwezig zijn. 

Dak

Het dak van deze woningen heeft vaak weinig of geen isolatie. Dakisolatie is belangrijk omdat veel warmte via het dak verloren gaat. Soms is later al isolatie aangebracht, extra isolatie kan dan toch zinvol zijn. Bijvoorbeeld isolatie aan de binnenkant. Eventueel kan er ook isolatie onder de pannen worden gelegd of ingespoten. Zoldervloerisolatie kan aantrekkelijk zijn als de zolder niet wordt verwarmd. Een plat dak wordt meestal vanaf de buitenkant geïsoleerd. 

Gevels

De gevels hebben een spouwmuur. Deze is niet altijd geïsoleerd. Spouwmuurisolatie is een maatregel die zich snel terugverdient. Soms is later al spouwmuurisolatie aangebracht. Vervangen is dan duur en levert weinig extra besparing op. 

Vloer

Meestal is er een kruipruimte. De vloer kan dan van onderaf geïsoleerd worden. Dit verdient zich snel terug. Soms is er al vloerisolatie, extra isolatie kan dan toch zinvol zijn. Uitbouwen hebben vaak een geïsoleerde vloer zonder kruipruimte. Er bestaat ook isolatie bovenop de vloer, bijvoorbeeld als isolatie onder de vloer niet kan. Bij een verbouwing zijn een broodjesvloer of schuimbeton goede keuzes. 

Glas

De woningen zijn gebouwd met enkel of dubbel glas. Dit kan vaak worden vervangen door HR++-glas, zonder de kozijnen te vervangen. Als de kozijnen toch vervangen moeten worden, kan meteen triple glas worden geplaatst.

Mechanische ventilatie 

Er is oorspronkelijk geen mechanische ventilatie, maar wel ventilatieroosters. Soms is later centrale ventilatie geplaatst. Decentrale ventilatie-units met warmteterugwinning (WTW) zijn vaak een goede oplossing, maar soms is een centraal ventilatiesysteem beter. Dit kan een installateur bepalen.

MOGELIJKE VERWARMINGSTECHNIEKEN

Er zijn verschillende duurzame warmtetechnieken. Wat de beste techniek is, verschilt per woning. Dit hangt bijvoorbeeld af van de isolatie, het energieverbruik en de beschikbare ruimte in en om het huis voor de installatie. Voor deze woningen zijn de volgende technieken mogelijk geschikt:

Scenario 1: Hybride warmtepomp 

Een hybride warmtepomp. Deze is in alle woningen bruikbaar en vraagt weinig aanpassingen aan uw woning. Een mooie eerste stap naar minder aardgasverbruik.

Scenario 2: Elektrische lucht/water warmtepomp

De elektrische lucht/water warmtepomp is de meest voorkomende volledig elektrische warmtetechniek. Hij vraagt meer aanpassingen dan hybride, maar is in bijna alle woningen goed haalbaar.

In het volledige rapport vindt u meer informatie, en vindt u een uitgebreid overzicht van de kosten en besparingen voor deze verduurzamingsopties. 

Gehighlighte tekst: Download Rapport